Hof van beroep, correctionele kamersEr zijn vijf hoven van beroep, een per rechtsgebied.
Elke correctionele kamer houdt zitting met drie raadsheren (een voorzitter en twee bijzitters). Als openbare aanklager treedt een magistraat van het parket-generaal op of - in zaken van sociaal strafrecht - het arbeidsauditoraat-generaal.
De correctionele kamers van de hoven van beroep buigen zich over de
hogere beroepen tegen vonnissen van de correctionele rechtbanken van hun respectieve rechtsgebied. De uitspraken heten
'arresten'.
Een bijzondere bevoegdheid van de hoven heeft te maken met het zogenaamde
voorrecht van rechtsmacht waarvan sommige categorieën van personen genieten. Zo moeten beklaagde magistraten onmiddellijk voor het hof van beroep komen. Aldus verliezen ze wel de mogelijkheid van een hoger beroep en worden ze tegelijk in eerste en in laatste aanleg beoordeeld.
Sinds het eind van de jaren negentig zijn de hoven van beroep bevoegd voor de berechting van federale (ex-)ministers en de (ex-)leden van de gemeenschaps- en gewestregeringen die beklaagd worden van een misdrijf begaan in het kader van de uitoefening van hun functies. Ook de misdrijven die de ministers zouden hebben gepleegd buiten de uitoefening van hun functies, maar waarvoor zij worden berecht tijdens de uitoefening van hun functies, vallen onder de rechtsmacht van de hoven van beroep. In die gevallen doet de algemene vergadering van het hof van beroep uitspraak met vijf of zeven leden. Het hof van beroep van Brussel is als enige bevoegd om een federale minister te berechten. Voor de leden van de gemeenschaps- en gewestregeringen wordt de zaak voor het hof van beroep gebracht van het rechtsgebied waar de betrokken regering gevestigd is.
Tegen arresten van het hof van beroep kan cassatieberoep worden ingesteld wegens procedurefouten of foutieve interpretatie of toepassing van de wet.