De rechtsmiddelen (overzicht)
Rechtszoekenden beschikken in regel over twee kansen om hun gelijk te halen voor het gerecht. In het jargon spreekt men van
rechtsmiddelen, dat zijn de wettelijk bepaalde manieren om een gerechtelijke beslissing aan te vechten.
- Een partij die afwezig was terwijl de zaak werd behandeld en die veroordeeld werd 'bij verstek', kan verzet aantekenen. Zo'n verzet wordt beoordeeld door de rechtbank die het verstekvonnis heeft uitgesproken. De wet laat in sommige gevallen toe dat wanneer een partij verstek laat gaan, de tegenpartij kan vorderen dat het vonnis 'geacht wordt op tegenspraak te zijn gewezen' (zie verder onder 3.3). In dat geval is geen verzet meer mogelijk, alleen nog hoger beroep.
- Iemand die aanvankelijk geen partij bij het proces was, maar die zich toch benadeeld voelt door de beslissing van een rechter, kan derdenverzet aantekenen. Ook het derdenverzet wordt behandeld door dezelfde rechter.
- Wie door de 'eerste rechter' in het ongelijk is gesteld, kan hoger beroep aantekenen waardoor de zaak een tweede keer behandeld wordt, maar dit keer door een andere en hiërarchisch hogere rechtbank. Wie hoger beroep aantekent, wordt 'eiser in hoger beroep' of 'appellant' genoemd. Voor de 'verweerder in hoger beroep' is de technische term 'geïntimeerde'. Tegen een arrest van het hof van assisen kan geen hoger beroep worden ingesteld.
- Hoger beroep of verzet schort normaal de uitvoering van een vonnis op. Maar de partij die voorlopig gelijk kreeg, kan altijd vragen dat de gerechtelijke uitspraak uitvoerbaar is bij voorraad. Het instellen van een rechtsmiddel staat de voorlopige uitvoering van het vonnis dan niet in de weg. Wordt naderhand het eerste vonnis aangepast, dan moet er natuurlijk teruggekomen worden op de uitvoeringshandelingen die desgevallend reeds ‘bij voorraad’ werden gesteld.
- Tegen beslissingen die 'in laatste aanleg' zijn getroffen, kan een voorziening in cassatie worden ingesteld. Het gaat dan om beslissingen van een rechtscollege in beroep of andere uitspraken waartegen geen beroepmogelijkheid is. Een voorziening in cassatie is slechts mogelijk als de rechtszoekende kan bewijzen dat de rechter de wet slecht heeft toegepast of geïnterpreteerd, of dat er procedurefouten zijn gemaakt. Met andere woorden, het Hof van Cassatie velt geen nieuw oordeel over de feiten. Als het hof de aangevochten beslissing verbreekt, verwijst het de zaak naar een ander rechtscollege van hetzelfde niveau als dat van het rechtscollege dat de verbroken beslissing nam.
- In België zijn er geen andere beroepsmiddelen. Maar als alle 'nationale' beroepsmogelijkheden uitgeput zijn, bestaat nog de mogelijkheid om een klacht in te dienen bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
Niet te verwarren
GEZAG VAN GEWIJSDE EN KRACHT VAN GEWIJSDE
Elke rechterlijke beslissing heeft gezag van gewijsde. Met andere woorden, de beslissing is afdwingbaar, voor zover zij niet wordt gecounterd door een of ander rechtsmiddel.
Als er geen mogelijkheid van beroep meer is, is de beslissing in kracht van gewijsde gegaan: ze is met andere woorden definitief. De enige uitzondering - die overigens nauwelijks voorkomt - is het rechtsmiddel van 'herroeping van gewijsde'. Die herroeping van gewijsde staat ter beschikking van personen die partij waren in een burgerlijk proces of die burgerlijke belangen hebben in een strafrechtelijk proces. Het rechtsmiddel kan bijvoorbeeld aangewend worden wanneer een getuigenis vals blijkt te zijn, of wanneer er alsnog doorslaggevende bewijsstukken worden ontdekt, of nog wanneer de burgerrechtelijke beslissing gebaseerd blijkt te zijn op een strafrechtelijke uitspraak die sindsdien werd vernietigd. De bevoegde rechtbank is deze die de aangevochten beslissing heeft geveld.