Het verloop van het strafproces
Een groot verschil tussen het strafrecht en het burgerlijk recht is de systematische aanwezigheid van een
parketmagistraat op een strafproces. In burgerlijke processen is het parket nog maar zelden aanwezig. In strafzaken heeft het parket gewaakt over het goede verloop van het onderzoek en brengt het hierover op het proces verslag uit. Nog tijdens het proces moet het parket 'vorderen', dit wil zeggen dat het zijn mening geeft over de schuld van de verdachte en over de aan hem op te leggen straf of de maatregel die moet worden genomen.
Tegenover het parket staat de
beklaagde, die op een assisenproces de
beschuldigde wordt genoemd. Hij kan, al dan niet met behulp van een advocaat, met alle mogelijke middelen zijn onschuld bepleiten. Een fundamenteel principe van de rechtsstaat is evenwel het vermoeden van onschuld: het is aan het openbaar ministerie om de schuld van de beklaagde aan te tonen; het komt met andere woorden niet aan de beklaagde toe om zijn eigen onschuld te bewijzen. Erkent de beklaagde de feiten (legt hij bekentenissen af), dan kan hij altijd nog verzachtende omstandigheden inroepen, die invloed kunnen hebben op de zwaarte van de straf.
Vaak zijn ook de
slachtoffers aanwezig op een strafproces als
burgerlijke partij, om een schadevergoeding te krijgen. Men kan zich burgerlijke partij stellen bij de strafrechtbank zolang het proces in eerste aanleg niet afgesloten is. Slachtoffers kunnen hun schadeclaim ook indienen bij een burgerlijke rechtbank. De burgerljke rechter zal dan moeten wachten tot de strafrechter uitspraak heeft gedaan. Een oud adagium vat het samen als volgt: 'le pénal/le criminel tient le civil en état'.
In een
ander strafproces dan een assisenproces ondervraagt de rechtbank de beklaagde en hoort ze de eventuele getuigen of deskundigen. Dit noemt men het onderzoek ter zitting. Vervolgens legt de burgerlijke partij haar vordering voor, vordert het openbaar ministerie en houdt de verdediging van de beklaagde haar pleidooi. Aan het einde van de debatten beraadslagen de rechters onder elkaar (tenzij het om een alleenzetelende rechter gaat natuurlijk). Vervolgens spreekt de voorzitter de beslissing uit in openbare terechtzitting, hetzij direct na de sluiting van de debatten, hetzij op een latere terechtzitting waarvan de datum bekend wordt gemaakt door de voorzitter. In dat laatste geval wordt gezegd dat de rechtbank de zaak in beraad houdt.
Partijen in een strafproces dat geen assisenproces is:

Een
assisenproces verloopt anders, aangezien daar een volksjury - en niet beroepsrechters - zich uitspreekt over de schuld of de onschuld van de beschuldigde (
zie Afd. 2, 2, 2.3.).
Het proces begint met de voorlezing van de akte van beschuldiging, een soort samenvatting van het onderzoek. Tijdens de zittingen wordt een overzicht gegeven van de daden van het gerechtelijk onderzoek. De getuigen, de onderzoekers en de deskundigen worden gehoord. Deze verhoren moeten de gezworenen, die geen voorafgaande kennis hebben van het dossier, in staat stellen zich een mening te vormen. De beschuldigde wordt ook gehoord. Vervolgens pleiten de advocaten van de burgerlijke partij, vordert het parket en krijgen de advocaten van de beschuldigde het woord. De beschuldigde krijgt steeds het laatste woord.
Aan het eind van het proces vergadert de jury los van de beroepsrechters, en beslist ze schriftelijk en in een geheime stemming over de (on)schuld van de beschuldigde. De jury doet uitspraak bij meerderheid. Als de beschuldigde slechts bij gewone meerderheid van de helft plus één schuldig wordt verklaard, gaan ook de beroepsrechters beraadslagen over de schuldvraag. Sluiten zij zich aan bij de meerderheid, dan volgt een veroordeling; in het andere geval wordt de beschuldigde vrijgesproken. Ook bij staking van stemmen (zes tegen zes) volgt vrijspraak. Niet onbelangrijk, ook al wordt het zelden toegepast, is dat de drie beroepsrechters een jurybeslissing van schuldigverklaring kunnen verwerpen wanneer ze unaniem van oordeel zijn dat de jury zich vergist. In dat geval wordt de jury ontbonden en wordt de zaak later opnieuw behandeld voor een andere jury.
Wordt de beschuldigde schuldig bevonden, dan beraadt de jury zich samen met de beroepsrechters over de straf. Er wordt gestemd tot er een meerderheid onder de vijftien stemmen is bereikt.
Ter herinnering, tegen een arrest van het hof van assisen kan geen hoger beroep worden ingesteld. Alleen een voorziening in cassatie is mogelijk wegens procedurefouten of slechte toepassing of uitlegging van de wet.
Partijen in een assisenproces: