Het einde van het strafprocesEen strafrechtscollege kan aan het einde van een proces tot verschillende soorten uitspraken komen.
Wordt de beklaagde of de beschuldigde onschuldig bevonden, dan volgt
vrijspraak.
Acht de rechtbank de schuld bewezen, dan kan de beklaagde of de beschuldigde worden
veroordeeld tot een
geldboete en/of een
gevangenisstraf. Bij een gevangenisstraf wordt de duur van de straf verminderd met de duur van de eventuele voorhechtenis.
De rechters kunnen behalve een gevangenisstraf of een geldboete ook een
alternatieve straf uitspreken. Het gaat dan om een
werkstraf, ook wel
gemeenschapsdienst genoemd, die neerkomt op de uitvoering van een werk van algemeen belang met een duurtijd van minstens 20 en hoogstens 300 uur. De mogelijkheid om een gemeenschapsdienst als hoofdstraf op te leggen, bestaat enkel voor correctionele zaken en politiezaken. Een werkstraf kan nooit als hoofdstraf uitgesproken worden voor zedenfeiten of moord. De veroordeelde die een werkstraf moet uitvoeren, wordt gevolgd door een justitieassistent. De uitvoering van de veroordeling wordt gecontroleerd door de probatiecommissie. De rechter die een werkstraf uitspreekt, bepaalt tezelfdertijd een gevangenisstraf of een geldboete, die kan worden toegepast als de werkstraf niet wordt uitgevoerd binnen een termijn van een jaar (dit vanaf het moment dat de veroordeling niet meer vatbaar is voor beroep).
Er kunnen ook altijd
bijkomende straffen worden opgelegd: verbeurdverklaring, intrekking van het rijbewijs, de ontzetting uit bepaalde rechten - zoals het recht om verkozen te worden of een openbaar ambt uit te oefenen - of terbeschikkingstelling van de regering (met name voor recidivisten).
De rechtbank - het hof van assisen uitgezonderd - kan beslissen tot de
opschorting van de uitspraak van de veroordeling. Het betreft een strafmodaliteit. De tenlastelegging is bewezen en de dader wordt schuldig bevonden, maar de rechter spreekt geen beslissing tot veroordeling uit. Er wordt dus geen straf uitgesproken die de verdachte moet uitvoeren. De uitspraak van de straf wordt opgeschort gedurende een periode - de
proeftijd - van minstens één tot maximum vijf jaar. Als de betrokkene in die periode een misdrijf begaat (met tot gevolg een veroordeling tot een criminele straf of een gevangenisstraf van ten minste een maand) kan de opschorting herroepen worden. Wordt de opschorting niet herroepen, dan komt op het einde van de proeftijd definitief een einde aan de vervolging. Het strafblad blijft dus blanco. De opschorting van uitspraak heeft tot doel de nadelen in te perken die inherent zijn aan veroordeling (desocialisatie, stigmatisatie, enzomeer). Met de techniek beoogt men, anders gezegd, daders tot een verbetering van hun gedrag en een reïntegratie in de samenleving te stimuleren. Deze maatregel wordt vooral uitgesproken in het geval van lichte feiten en bij een eerste veroordeling.
Nog een andere techniek om een dader tot beter gedrag te stimuleren, is de
veroordeling met uitstel. De rechter veroordeelt wel, maar beveelt dat de uitvoering van de veroordeling wordt uitgesteld. Bij uitstel - en dat is een verschil met opschorting - verschijnt de veroordeling op het strafblad. Het uitstel van uitvoering kan voor het geheel of een gedeelte van de straf gebeuren. Er wordt ook telkens een proefperiode bepaald, van minstens één jaar en maximum vijf jaar. Als de dader in de proefperiode een misdrijf van een zekere ernst begaat, wordt het uitstel ingetrokken en moet hij of zij de straf alsnog ondergaan. Wordt het uitstel niet herroepen, dan komt er een einde aan de rechtsvervolging. De uitgesproken straf kan dan niet meer worden uitgevoerd. Uitstel is niet mogelijk voor een gevangenisstraf van langer dan vijf jaar. Bovendien kan uitstel niet worden toegekend aan personen die in het verleden werden veroordeeld tot een criminele straf of tot een gevangenisstraf van meer dan 12 maanden.
Opschorting en uitstel kunnen
gewoon of onder bepaalde voorwaarden worden toegekend. In het laatste geval, verbindt de begunstigde zich ertoe om de opgelegde voorwaarden tijdens de proeftijd na te komen. Hij wordt begeleid door een probatieassistent of justitieassistent. De uitvoering van de probatievoorwaarden wordt gecontroleerd door een probatiecommissie die ingesteld wordt bij elke rechtbank van eerste aanleg. Ze komt bijeen in het justitiehuis. Respecteert de begunstigde de voorwaarden niet, dan wordt het uitstel of de opschorting herroepen. Probatiemaatregelen kunnen bestaan uit een dienstverlening van maximum 240 uren, het volgen van een bepaalde vorming, het zoeken van werk, het volgen van een ontwenningskuur, het mijden van contact met bepaalde personen, enzovoort.
Niet te verwarren
OPSCHORTING VAN UITSPRAAK EN UITSTEL
Bij opschorting van uitspraak acht de rechtbank de feiten bewezen, maar spreekt zij geen straf uit. Het strafblad van de beklaagde blijft dus leeg. De beslissing tot het opschorten van de uitspraak van straf gaat gepaard met een proeftijd van een tot vijf jaar.
Wanneer de straf daadwerkelijk wordt uitgesproken, kan zij het voorwerp uitmaken van volledig of gedeeltelijk uitstel. Dan wordt de uitvoering van (het geheel of dat gedeelte van) de straf opgeschort. De proeftijd, die ook hier een tot vijf jaar beloopt, wordt in het vonnis gepreciseerd. Een straf met uitstel wordt wel op het strafblad genoteerd.
De rechtbank kan probatiemaatregelen opleggen aan de beklaagde die geniet van een opschorting van uitspraak of een uitstel. Een probatiecommissie controleert het respecteren van deze voorwaarden tijdens de proeftijd.
De brochure 'Wat is probatieopschorting en wat is probatieuitstel?' kan worden besteld of gedownload op de site van het ministerie van Justitie: www.just.fgov.be - trefwoord 'Informatie', afdeling 'Publicaties'.De dader van een misdrijf kan ook als
ontoerekeningsvatbaar worden beschouwd. In dat geval beslist de rechtbank tot zijn
internering. Dat is geen straf in formele zin, maar wel een beveiligingsmaatregel. De opsluiting voor onbepaalde duur heeft plaats in een instelling die daarvoor speciaal ingericht is. De geïnterneerde verschijnt om de zes maanden voor de
Commissie ter Bescherming van de Maatschappij. Die kan hem of haar voorlopig of definitief vrijlaten, naargelang van de verbetering van de mentale toestand en de sociale wederaanpassing van de geïnterneerde.
Nog goed om wetenGEMEENSCHAPSDIENST De gemeenschapsdienst is een maatregel die verschillende vormen kan aannemen.
- Ze kan worden opgelegd als autonome hoofdstraf ter vervanging van een geldboete of een gevangenisstraf. De schuld van de beklaagde is in dit geval tijdens een proces bewezen. We spreken dan van een alternatieve straf.
- Het kan een probatiemaatregel zijn die wordt opgelegd als een opschorting van de uitspraak of een uitstel, zijnde twee strafmodaliteiten. Ook hier is de schuld van de beklaagde vooraf tijdens een proces vastgesteld.
- Tot 1 mei 2004 kon het ook nog gaan om een alternatieve strafmaatregel voorgesteld door het parket als strafbemiddeling (waardoor men een proces vermeed) (zie hoger, Afd. 3, 2, 2.1, §4). Sindsdien kan strafbemiddeling dus niet meer gekoppeld worden aan een werk van algemeen nut.