BronvermeldingZoals voor elke journalist geldt ook voor de gerechtsjournalist dat de informatie die hij openbaar maakt juist moet zijn. Hij zal
'de waarheid eerbiedigen, welke ook de gevolgen voor hem mogen zijn. Dit vloeit voort uit het recht van het publiek om de waarheid te kennen' (Verklaring der Rechten en Plichten van de Journalist, plicht 1).
Daarmee is niet alles gezegd, want wat is 'correcte informatie'? Wat is 'de waarheid'? Wat is 'objectiviteit'? Zoiets als de ene absolute Waarheid bestaat niet; elke waarheid heeft onvermijdelijk iets relatiefs. Eisen dat de pers altijd de Waarheid spreekt of ‘objectief’ is, komt dan ook neer op een vorm van ‘censuur’, aangezien men er dan van uitgaat dat er slechts één versie van de feiten is.
Hetzelfde geldt voor nieuws in de gerechtelijke sfeer. Ook daar is ‘objectiviteit’ een uiterst moeilijk hanteerbaar begrip, ook daar bestaan er per definitie verscheidene versies van de feiten.
Daarmee is niet gezegd dat journalisten er dan maar een potje kunnen van maken, en om het even wat presenteren aan hun publiek. De uitdaging bestaat erin om alle beschikbare middelen in te zetten teneinde aan een zo genuanceerd mogelijk relaas van de feiten te geraken. Dat veronderstelt dus een minimum aan controle van een verhaal. Uiteindelijk komt het er niet op neer de ene Waarheid te brengen, maar de waarheid (kleine 'w') zo dicht mogelijk te benaderen.
1. Informatie met of zonder citaatEen journalist zal
'alleen informatie publiceren waarvan de oorsprong gekend is, geen essentiële informatie schrappen noch teksten of documenten verdraaien' (Verklaring der Rechten en Plichten van de Journalist, plicht 3).
In berichtgeving moet
de bron zoveel mogelijk worden genoemd. In gerechtszaken, waar de belangen veelvuldig en vaak tegenstrijdig zijn, is die vereiste nog dwingender dan op andere terreinen. Om het publiek juist te informeren is het van groot belang nauwkeurig te omschrijven wie wat heeft gezegd: een parketwoordvoerder of een advocaat, een verdachte of een slachtoffer, een politieman of een getuige, enzovoort. Door gebruik te maken van citaten en interviews kan men aan die vereiste tegemoet komen.
Journalisten kunnen uiteraard ook werken met bronnen die ze niet noemen in hun berichtgeving. Journalisten die gespecialiseerd zijn in gerechtelijke dossiers, gebruiken dan vaak uitdrukkingen als
'in gerechtelijke kringen','uit politiebronnen vernemen we', 'uit anonieme bron' of 'uit welingelichte bron'. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens beschouwt dit als een essentieel onderdeel van de vrijheid van informatie. Het recht op geheimhouding van informatiebronnen is in die gevallen een essentiële waarborg voor goed onderzoekswerk. Toch is het raadzaam informatie van een bron die anoniem wil blijven, niet vrij te geven voor ze door een andere bron bevestigd is. De journalist beschouwt informatie uit anonieme bron met andere woorden het best als uitgangspunt voor verder onderzoek, en niet als eindpunt.
2. Rechten en plichten van de journalist bij een interviewWelke journalist kent de klachten niet:
'U heeft mij volkomen verkeerd geciteerd, dat heb ik nooit gezegd', of:
'Door op deze manier in ons gesprek te knippen, heeft u een totaal vertekend beeld gegeven van wat ik heb gezegd'.
Een journalist moet zo letterlijk mogelijk weergeven wat iemand hem vertelt, maar
tekstaanpassingen en -inkortingen zijn vaak niet te vermijden. In enkele gevallen hebben deze aanpassingen aanleiding gegeven tot een proces. De rechtscolleges beslisten dat zowel de vrijheid van de media als de technisch-materiële beperkingen waaraan zij het hoofd moeten bieden toelaten dat citaten worden ingekort, op voorwaarde dat dit te goeder trouw gebeurt en de woorden van de geïnterviewde niet worden verdraaid.
Kan een geïnterviewde eisen om zijn woorden
na te lezen of een tv-programma te bekijken voor het publiek er kennis van neemt? In principe niet: het toestaan van het interview behelst impliciet de machtiging om het interview journalistiek te bewerken. De geïnterviewde en de journalist kunnen echter ook iets anders afspreken bij het afnemen van het interview, en dan moet de journalist zich daaraan houden.
Kan een geïnterviewde eenzijdig een toegestaan interview
intrekken? Neen, tenzij - opnieuw - er vooraf sluitende afspraken over zijn gemaakt. Hier kan een parallel getrokken worden met iemand die toestaat dat hij of zij wordt gefotografeerd of gefilmd. Als een redactie ondanks alles toch akkoord gaat met de gevraagde intrekking, heeft ze minimaal het recht de compensatie van alle gemaakte kosten te vorderen.
Geïnterviewden zijn overigens wel degelijk persoonlijk
aansprakelijk voor de uitspraken die ze doen (als deze uitlatingen correct zijn weergegeven, uiteraard). Zo veroordeelde een rechtbank een geïnterviewde voor bepaalde uitspraken, maar niet de journalist die ze had gepubliceerd. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens volgt deze logica sinds haar arrest Jersild versus Denemarken van 23 september 1994.
http://hudoc.echr.coe.int/Hudoc2doc\HFJUD\sift\483.txt