Rechtzetting van onjuist gebleken informatie De journalist zal
'elke gepubliceerde informatie rechtzetten indien deze onjuist gebleken is' (Verklaring der Rechten en Plichten van de Journalist, plicht 6). De Code van Journalistieke Beginselen voegt eraan toe dat die rechtzetting moet gebeuren
'zonder beperking, onverminderd de wettelijke beschikkingen inzake het recht van antwoord' (beginsel 7). De wettelijke variant van deze regel is het recht van antwoord (
zie hierboven Deel 2, Hoofdstuk 1, Afd. 2, 1, 1.4).
Meer dan eens laten journalisten zich verleiden tot een repliek op een ingestuurd recht van antwoord, ook bij gerechtelijke berichtgeving. Dat resulteert dan vaak in een betweterig welles-nietesspelletje. Vraag: moeten journalisten na het eerste woord zonodig ook altijd het laatste woord hebben?