Rechtstakken
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen vier grote rechtstakken: het privaatrecht, het strafrecht, het publiek recht en het gerechtelijk recht.
- Het privaatrecht is het geheel van regels die de verhoudingen bepalen tussen particulieren onderling of tussen particulieren en rechtspersonen (zoals vennootschappen en verenigingen). Het privaatrecht omvat het burgerlijk recht, het handelsrecht en het arbeidsrecht. Dit geheel van normen dient om allerlei types van private conflicten te regelen of te voorkomen. Het gaat dan om handelingen die schade voor iemand (kunnen) meebrengen, zoals burenruzies, geschillen tussen huurder en verhuurder, conflicten rond een echtscheiding of een erfenis, onenigheid tussen koper en verkoper, geschillen tussen werkgever en werknemer en handelsconflicten tussen vennootschappen.
Private geschillen worden beslecht door de burgerlijke rechtbanken. Rekening houdend met de toepasselijke wetgeving, kunnen zij bijvoorbeeld de modaliteiten van een echtscheiding vastleggen, een onderneming failliet verklaren of de herstelling van een lekkende badkraan opleggen.
Het burgerlijk recht hanteert in het bijzonder het principe: 'fout + schade + oorzakelijk verband = herstel'. In regel gaat het om een herstel in natura, en wordt er iets gedaan aan de oorzaak van het geschil. Is dat niet meer mogelijk, dan zal de rechtbank een financiële schadevergoeding opleggen aan degene die de schade veroorzaakte.
- Nog los van de schade die ze aan personen berokkenen, worden sommige handelingen beschouwd als aantastingen van het publieke samenleven. Het strafrecht bepaalt welke handelingen - ze worden misdrijven genoemd - in die zin verboden zijn en met welke straffen en veiligheidsmaatregelen ze worden gesanctioneerd. Voorbeelden zijn: doodslag, moord, mishandeling, diefstal, oplichting, fraude, verkeersovertredingen of milieudelicten.
Een handeling kan pas als misdrijf of strafbaar feit worden beschouwd wanneer ze uitdrukkelijk zo in de wet beschreven is. Het kan gaan om bepalingen uit het eigenlijke strafwetboek of om bijzondere strafwetten, zoals de wegcode of de wet die wapendracht verbiedt.
De allereerste taak van de handhavers van het strafrecht is na te gaan of een handeling kan worden beschouwd als een misdrijf. Als dat zo is, vatten ze de zoektocht naar de daders aan en gaan ze de omstandigheden van het misdrijf na.
Men onderscheidt drie soorten van misdrijven, volgens de ernst ervan: overtredingen, wanbedrijven en misdaden.
- Overtredingen zijn misdrijven bestraft met één tot zeven dagen gevangenisstraf en/of geldboetes van 1 tot 25 euro (deze bedragen moeten met 5 vermenigvuldigd worden). In tegenstelling tot de schadevergoeding in het burgerlijk recht, moet de boete aan de Staat worden betaald. Overtredingen worden in principe berecht door de politierechtbank. Voorbeelden zijn dronkenschap op de openbare weg en nachtlawaai.
- Wanbedrijven zijn misdrijven bestraft met acht dagen tot vijf jaar gevangenisstraf en/of een geldboete van meer dan 25 euro (ook te vermenigvuldigen met 5). In principe vallen wanbedrijven onder de bevoegdheid van de correctionele rechtbank. Voorbeelden hier zijn (eenvoudige) diefstal, aanranding van de eerbaarheid van een meerderjarige, oplichting, fraude, onopzettelijke doding, milieudelicten.
- Misdaden ten slotte zijn misdrijven bestraft met een gevangenisstraf van vijf jaar tot levenslang. In principe worden zij berecht door het hof van assisen. Voorbeelden zijn moord of moordpoging, gijzeling met dodelijke afloop, verkrachting en brandstichting met dodelijke afloop. Een gevangenisstraf na een misdaad wordt opsluiting of hechtenis genoemd. Het onderscheid tussen beide is vooral terminologisch; het strafwetboek omschrijft voor elke misdaad de bijhorende gevangenisstraf als een van de twee. Opsluiting en hechtenis kunnen tijdelijk (5 tot 30 jaar) of levenslang zijn.
Praktisch om weten
JUSTITIE EN DE EURO
Ook het gerecht is op 1 januari 2002 definitief het eurotijdperk ingegaan. Dat betekent dat bedragen in Belgische frank van bijvoorbeeld schadevergoedingen of onderhoudsgelden door 40,3399 worden gedeeld. De bedragen vermeld in de wet zijn daarbij afgerond. Maar de bedragen van de strafrechtelijke geldboetes die in de wet staan, zijn niét omgerekend. ‘Frank’ moet nu wel als ‘euro’ gelezen worden, wat maakt dat een boete van 100 Belgische frank bijvoorbeeld er nu een van 100 euro geworden is. Tevens zijn de zogenaamde opdeciemen aangepast, dat is het veelvoud waarmee de boetes worden vermenigvuldigd. Voor de geldboetes in Belgische frank, vóór het eurotijdperk, kwamen die opdeciemen neer op een vermenigvuldiging met 200; de geldboetes in euro nu moeten (sinds 1 maart 2004) vermenigvuldigd worden met 5,5. Een geldboete van 100 euro in de wet komt dus feitelijk neer op 550 euro. Een trucje dat uiteindelijk niets verandert aan de bedragen die moeten worden betaald.
In plaats van een gevangenisstraf en/of een boete kan de rechter ook een zogenaamde alternatieve straf uitspreken, met name een werkstraf. De veroordeelde moet dan een werk van algemeen belang verrichten. Dit kan ook gebeuren bij wijze van probatiemaatregel (zie verder in Hoofdstuk 2, Afd. 3). De bijzondere verbeurdverklaring is ook een mogelijke straf. Tot slot nog dit: de doodstraf wordt in België niet meer toegepast en is vervangen door levenslange opsluiting of hechtenis.
Niet te verwarren
DOODSLAG IS NOG GEEN MOORDStrafrecht is een kwestie van gradaties. Dat komt bijvoorbeeld tot uiting in het onderscheid dat wordt gemaakt tussen de verschillende manieren waarop mensen elkaar fysiek leed kunnen berokkenen.
- Iemand veroorzaakt ongewild een verkeersongeval met gewonden: onopzettelijke slagen en verwondingen, een wanbedrijf.
- Iemand verwondt een ander tijdens een vechtpartij: opzettelijke slagen en verwondingen, een wanbedrijf.
- Iemand veroorzaakt de dood van iemand in een verkeersongeval: onopzettelijke doding, een wanbedrijf.
- Iemand doodt een ander tijdens een vechtpartij zonder de intentie te doden: opzettelijke slagen en verwondingen met de dood tot gevolg zonder de intentie te doden, een misdaad.
- Iemand wurgt een ander in een woedeaanval tijdens een gevecht of schiet een vluchtende inbreker neer zonder dat hij wettelijke zelfverdediging als reden kan inroepen: opzettelijke doodslag (dit is een doding met de intentie te doden maar zonder voorbedachten rade), een misdaad.
- Iemand doodt een ander na dit te hebben gepland en voorbereid: moord (dit is dus opzettelijke doodslag met voorbedachten rade), een misdaad.
- Het publiek recht regelt de organisatie van de Staat en de verhouding tussen de Staat en diens ambtenaren met de burger en de private rechtspersonen. Het publiek recht omvat het grondwettelijk recht, het administratief recht, het fiscaal recht, het financieel recht en het socialezekerheidsrecht. Vallen onder de toepassingssfeer van het publiek recht: een benoeming in openbare dienst, de betaling van belastingen, het verlenen van een bouwvergunning. De administratieve rechtscolleges zijn bevoegd om conflicten van publiek recht te beslechten. Een belangrijke uitzondering op dit principe: het aanvechten van een belastingaanslag valt niet onder de bevoegdheid van de administratieve rechtscolleges, maar wel onder die van de rechtbank van eerste aanleg.
De administratieve rechter kan schade berokkend door de overheid herstellen door de betrokken overheidshandeling nietig te verklaren en/of herstelmaatregelen te bevelen.
- Het gerechtelijk recht omvat regels met betrekking tot de organisatie en het functioneren van het gerecht. Deze rechtstak regelt dus geen specifiek domein van het maatschappelijke leven, maar is eerder een soort van begeleidend recht. Het gerechtelijk recht legt de organisatie en de bevoegheden van de rechtbanken vast en regelt de gerechtelijke procedures die gevolgd moeten worden.
Naast het interne recht dat zijn oorsprong vindt binnen de Belgische Staat, bestaan er ook internationale rechtsregels. Het internationaal recht omvat de regels uit een internationale bron, dit wil zeggen dat ten minste twee landen ze hebben goedgekeurd. Het gaat enerzijds om normen die de betrekkingen tussen Staten regelen of die internationale organisaties in het leven roepen waarvan dan de bevoegdheden, statuten en werking worden vastgelegd. Voorbeelden: de Verenigde Naties, het Internationaal Gerechtshof, de strafrechtbanken voor Rwanda of ex-Joegoslavië ( zie verder Hoofdstuk 4). Anderzijds vinden we hier regels die volwaardig deel uitmaken van het interne recht van de Staten. Het gaat met name om conventies of verdragen inzake fundamentele rechten. Bijvoorbeeld: het Europees Verdrag voor de bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden van 4 november 1950 (EVRM), het Verdrag inzake de Rechten van het Kind van 20 november 1989, het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten van 19 december 1966, het Verdrag inzake de Voorkoming en de Bestraffing van Genocide van 9 december 1948, de Conventie van Genève van 12 augustus 1949 en aanvullende Protocollen I en II inzake de behandeling van krijgsgevangenen en de bescherming van burgers in oorlogstijd. Ook rechtstreeks van toepassing in de betrokken lidstaten, zijn de regels die op het niveau van de Europese Unie worden goedgekeurd: verdragen, verordeningen en richtlijnen.
|