De deontologische codes
Verschillende redacties beschikken over specifieke deontologische codes, maar voor alle Belgische journalisten samen zijn twee teksten over journalistieke deontologie van belang: de
Verklaring der rechten en plichten van de journalist, en de
Code van journalistieke beginselen. Beide documenten zijn ondertekend door de AVBB, de Algemene Vereniging van Beroepsjournalisten in België. Alszodanig binden ze de zowat 4.000 beroepsjournalisten en stagiairs die lid zijn van de AVBB.
In beide codes staan de volgende principes centraal:
- ongehinderde maar eerlijke nieuwsgaring;
- respect voor vertrouwelijke bronnen;
- verspreiding van correcte informatie en rechtzetting van onjuiste informatie;
- eerbied voor de privacy.
2.1. Verklaring der plichten en rechten van de journalistDe Verklaring der plichten en rechten van de journalist werd aanvaard in München op 24 en 25 november 1971 door de afgevaardigden van de journalistenvakbonden van de toenmalige zes lidstaten van de Europese Gemeenschap. De Internationale Federatie van Journalisten (IFJ) keurde de tekst goed op haar congres van Istanboel in 1972.
'INLEIDING
Het recht op informatie, op vrije meningsuiting en op kritiek is een van de fundamentele vrijheden van elk menselijk wezen.
Uit dit recht van het publiek om de feiten en de opinies te kennen, vloeit het geheel van de rechten en plichten van de journalist voort.
De verantwoordelijkheid van de journalisten tegenover het publiek heeft voorrang op elke andere, in het bijzonder op deze tegenover hun werkgever en tegenover de overheid.
De informatieopdracht behelst noodzakelijkerwijze de grenzen die de journalisten zichzelf spontaan opleggen.
Dit is het voorwerp van de Verklaring der plichten zoals zij hier werd geformuleerd.
Maar deze plichten kunnen slechts daadwerkelijk nagekomen worden bij de uitoefening van het beroep van journalist indien de concrete voorwaarden tot de onafhankelijkheid en tot de waardigheid van het beroep verwezenlijkt worden.
Dit is het voorwerp van de Verklaring der rechten zoals zij hierna opgegeven wordt.
VERKLARING DER PLICHTEN
De essentiële plichten van de journalist bij het opzoeken en het commentariëren van de gebeurtenissen zijn de volgende:
- De waarheid eerbiedigen, welke ook de gevolgen voor hem mogen zijn. Dit vloeit voort uit het recht van het publiek om de waarheid te kennen.
- De vrijheid van informatie, van commentaar en van kritiek verdedigen.
- Alleen informaties publiceren waarvan de oorsprong gekend is; geen essentiële informaties schrappen, noch tekst of documenten verdraaien.
- Geen oneerlijke methodes gebruiken om informaties, foto's en documenten te bekomen.
- Zich ertoe verplichten het privé-leven van de personen te eerbiedigen.
- Elke gepubliceerde informatie rechtzetten indien deze onjuist is gebleken.
- Het beroepsgeheim bewaren en de herkomst van de bekomen vertrouwelijke informaties niet verspreiden.
- Zich niet overgeven aan plagiaat, laster, eerroof en beschuldigingen zonder grond noch enig voordeel in ontvangst nemen voor het al dan niet publiceren van een informatie.
- Nooit het vak van journalist verwarren met dit van reclameman of van propagandist en geen enkele rechtstreekse of onrechtstreekse instructie in ontvangst nemen van adverteerders.
- Elke drukking weigeren en slechts redactionele richtlijnen aanvaarden van de redactieverantwoordelijken.
Elke journalist die naam waardig, moet het als een plicht aanzien de hierboven aangehaalde principes strikt na te leven; hij erkent het recht dat van kracht is in ieder land, maar aanvaardt op beroepsgebied enkel de rechtsmacht van zijn gelijken, met uitsluiting van elke gouvernementele of andere inmenging.
VERKLARING DER RECHTEN
- De journalisten eisen vrije toegang tot alle informatiebronnen alsmede het recht vrijuit opzoekingen te mogen uitvoeren naar alle feiten die het openbaar leven kunnen beďnvloeden. Het geheim van de staats- en privé-belangen kan niet tegen de journalist ingeroepen worden, tenzij uitzonderlijk op grond van klaar omschreven redenen.
- De journalist heeft het recht elke ondergeschiktheid te weigeren die in strijd zou zijn met de algemene lijn van het informatieorgaan waaraan hij medewerkt zoals deze schriftelijk werd vastgelegd in zijn contract van dienstneming. Deze weigering geldt ook voor elke ondergeschiktheid die niet duidelijk met deze algemene lijn overeenkomt.
- De journalist kan niet verplicht worden een beroepsdaad te stellen of een opinie uit te drukken die strijdig is met zijn overtuiging of met zijn geweten.
- De redactionele ploeg moet verplichtend ingelicht worden over elke belangrijke beslissing die van aard is het leven van de onderneming te beďnvloeden. Zij moet tenminste geraadpleegd worden, voor de definitieve beslissing, over elke maatregel met betrekking tot de samenstelling van de redactie: aanwerving, ontslag, overplaatsing en bevordering van journalisten.
- Wegens zijn functie en zijn verantwoordelijkheid heeft de journalist niet alleen het recht op de voordelen van de collectieve overeenkomsten, maar ook op een persoonlijk contract dat de materiële en morele veiligheid van zijn werk verzekert. Dit contract moet hem een bezoldiging toekennen die in overeenstemming is met zijn sociale rol en die voldoende is om zijn economische onafhankelijkheid te waarborgen.'
2.2. Code van journalistieke beginselen De Code van journalistieke beginselen werd aangenomen door de Algemene Vereniging van Beroepsjournalisten in België (AVBB), de Belgische Vereniging van Dagbladuitgevers (BVDU) en de Federatie van Belgische Magazines (FEBELMA) in 1982.
'De vrijheid van meningsuiting is een van de fundamentele rechten van de mens. Zij is een essentiële voorwaarde voor een goed voorgelichte publieke opinie.Teneinde bij te dragen tot het behoud van de integriteit en de vrijheid van de pers hebben de BVDU en de AVBB de hierna volgende code van journalistieke beginselen aangenomen.- Persvrijheid
De persvrijheid is de voornaamste waarborg voor de vrijheid van meningsuiting zonder dewelke de bescherming van de andere fundamentele burgerrechten niet kan gewaarborgd worden. De pers moet het recht hebben ongehinderd gegevens te verzamelen en informatie en commentaren te publiceren teneinde de vorming van de publieke opinie te verzekeren. - De feiten
De feiten moeten onpartijdig verzameld en weergegeven worden. - Onderscheid tussen informatie en commentaar
Het onderscheid tussen de weergave van de feiten en de commentaren moet duidelijk merkbaar zijn. Dit principe mag geen beperking vormen voor de krant om haar eigen visie en het standpunt van anderen weer te geven. - Respect voor de verscheidenheid van opinie
De pers erkent en respecteert de verscheidenheid van opinie, zij verdedigt de vrijheid van publicatie van verschillende standpunten. Zij kant zich tegen elke vorm van discriminatie op grond van geslacht, ras, nationaliteit, taal, godsdienst, ideologie, volk, cultuur, klasse of overtuiging in de mate dat de alzo beleden overtuigingen niet in conflict komen met het respect voor de fundamentele rechten van de menselijke persoon. - Respect voor de menselijke waardigheid
De uitgevers, de hoofdredacteuren en journalisten moeten de individuele waardigheid en privacy respecteren; zij moeten iedere ongeoorloofde inmenging in persoonlijke pijn en smart vermijden, tenzij overwegingen i.v.m. de persvrijheid zoals onder artikel 1 bepaald, dit noodzakelijk maken. - Voorstelling van geweld
De misdaden, het terrorisme en andere daden van wreedheid en onmenselijkheid mogen niet geroemd worden. - Rechtzetting van foutieve informatie
Feiten en informatie die na publicatie ervan foutief blijken te zijn, moeten rechtgezet worden en dit zonder beperking, onverminderd de wettelijke beschikkingen inzake het recht op antwoord. - Bescherming van informatiebronnen
Vertrouwelijke informatiebronnen mogen niet onthuld worden zonder de uitdrukkelijke toelating van de aanbrengers. - Geheimhouding
De vrijwaring van het geheim karakter in privé- en staatsbelangen, zoals voorzien door de wet, mag de persvrijheid zoals onder artikel 1 bepaald niet aantasten. - Rechten van de mens
Indien er tegenstelling zou kunnen ontstaan tussen de beoefening van de vrije meningsuiting en andere fundamentele rechten van de mens, moeten uitgevers en hoofdredacteuren op eigen verantwoordelijkheid beslissen aan welk recht voorrang verleend wordt na raadpleging van de betrokken journalisten. - Onafhankelijkheid
De kranten en journalisten mogen aan geen enkele druk toegeven. - Advertenties
De advertenties moeten dermate opgemaakt worden dat de lezer ze niet kan verwarren met de berichtgeving.'
2.3. Commentaar
Ook al lijken de Verklaring van 1971 en de Code van 1982 sterk op elkaar, toch is de eerste iets forser dan de tweede. Oorzaak daarvan is dat de Verklaring van München alleen door journalisten is opgesteld, terwijl de Belgische Code mee door uitgevers ondertekend is. Daarom komt in de eerste tekst de vraag naar onafhankelijkheid van nieuwsredacties ten opzichte van de eigen directie beter uit de verf.
Niettemin kan het belang van de Code van 1982 niet worden overschat. Door hun mede-ondertekening hebben de dagblad- en de magazine-uitgevers de genoemde deontologische principes uitdrukkelijk erkend. Dat verleent de journalisten de mogelijkheid om van hun werkgevers de naleving van deze principes af te dwingen. Bepaalde media hebben deze principes in redactiestatuten opgenomen, wat de zelfregulering nog explicieter maakt.