Betalen voor informatie?
Gerechtelijke informatie heeft dikwijls een grote nieuwswaarde en dus, in het commerciële mediaklimaat van vandaag, een grote marktwaarde. De vraag rijst dan of een redactie kan betalen voor nieuws, bijvoorbeeld om de exclusiviteit ervan te verwerven. Dat is de zogenaamde 'chequeboekjournalistiek', een praktijk die in de Angelsaksische landen schering en inslag lijkt geworden.
Ook al verbieden de algemene deontologische codes het niet met zoveel woorden, zo goed als iedereen is het ermee eens dat chequeboekjournalistiek niet kan. De eerste reden is dat ze de concurrentie tussen de media vervalst in het voordeel van de kapitaalkrachtigste. Daarnaast is het risico op vertekening van informatie reëel: een bron die betaald wordt, komt al snel in de verleiding informatie aan te dikken.
Toch zijn er enkele praktijken die, ook al neigen ze naar chequeboekjournalistiek, wél aanvaard worden. Zo komt het al langer voor dat media (soms veel) geld op tafel leggen voor een exclusieve (voor)publicatie, een exclusief interview of een exclusieve fotoreeks. Sommige hoofdredacteurs laten hun (gerechtelijke) journalisten ook over een klein maandelijks budget beschikken voor het vergoeden van onkosten. De vraag blijft of betalen voor informatie ook niet toegelaten zou moeten zijn wanneer het de enige mogelijkheid is om de hand te leggen op informatie die essentieel is voor de samenleving.
Maar misschien ligt de grootste bedreiging elders, met name in de verleiding van gerechtsjournalisten om hun vertrouwelijke of exclusieve informanten in natura te vergoeden, met extreme goodwill en loyaliteit, wat elke kritische opstelling tegenover hun bron de pas afsnijdt (
zie Deel 4, Hoofdstuk 2, Afd. 2, 1).