Informatie en werkmateriaal van journalistenSoms toont het gerecht een bijzondere interesse in het werkmateriaal van journalisten. Een krant ontvangt een vertrouwelijk bestuursdocument of de opeisingsbrief voor een aanslag. Door de hand te leggen hierop, hoopt justitie de bron te identificeren. Een ander voorbeeld zijn foto- of filmbeelden van rellen tijdens een betoging of acties van hooligans tijdens een voetbalwedstrijd. Met die beelden, ook die welke niet gepubliceerd of uitgezonden werden, hoopt de politie dan daders te kunnen identificeren en bewijsmateriaal te verzamelen.
Het journalistieke uitgangspunt is dat niet-gepubliceerd of niet-uitgezonden materiaal
niet vrijgegeven wordt aan de gerechtelijke of politiediensten. Niet uit eigen beweging en niet op verzoek van deze laatsten - tenzij het gaat om magistraten die de rechten en vrijheden van de journalisten voluit respecteren. Anders bestaat het risico dat journalisten beschouwd gaan worden als een verlengstuk van de arm der wet, en dat ze alszodanig ernstige risico’s gaan lopen op het terrein. Daarvan getuigen de fysieke dreigementen en aanvallen van betogers en hooligans waarvan journalisten nu al vaak het slachtoffer zijn.
Bij uitzondering zal een journalist het toch opportuun vinden om het gevraagde materiaal aan de ordediensten te overhandigen. Dit veronderstelt wel dat er zwaarwegende algemene belangen op het spel staan. Te denken valt aan een brief waarin een pyromaan een brandstichting opeist of een terrorist een bomaanslag aankondigt.
Het standpunt van de AVBB BRONNENGEHEIM: TIPS VAN JOURNALISTEN VOOR JOURNALISTEN- Een journalist die door politie of justitie ondervraagd wordt, is niet verplicht zijn bron mee te delen, tenzij er sprake is van een ernstig maatschappelijk belang, zoals de bescherming van mensenlevens of de preventie van zware criminaliteit.
- Het principe van het bronnengeheim geldt niet enkel ten aanzien van (beroeps)journalisten, maar van iedereen die als medewerker binnen de media kennis heeft van vertrouwelijke informatie.
- Soms dringen de ondervragers aan, en dan verwijzen ze naar de artikelen 928-929 van het Gerechtelijk Wetboek en de artikelen 80-81 van het Wetboek van Strafvordering, die het weigeren van een getuigenis bestraffen. In die artikelen staat echter ook dat men een 'wettig excuus of motief' kan inroepen om niet te getuigen. Dat is het geval voor personen met een beroepsgeheim, en (in het licht van de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens) ook voor journalisten die hun bronnengeheim willen beschermen. Overigens is er ook een rechtsprincipe dat men nooit gedwongen kan worden tegen zichzelf te getuigen. Dat laatste is niet geheel uitgesloten nu sommige magistraten journalisten nog altijd menen te kunnen vervolgen voor heling van verduisterde documenten of geheime informatie of nog voor medeplichtigheid aan de schending van beroepsgeheim.
- Na een verhoor kan men steeds de tekst van het proces-verbaal nalezen en, indien nodig, corrigeren, maar men is nooit verplicht een PV te ondertekenen.
- Het beste is nooit loslippig te zijn over vertrouwelijke informanten, ook niet tegenover private personen. Laat op de redactie of thuis ook nooit vertrouwelijke documenten, telefoonboekjes of agenda’s rondslingeren. Let op wat je op je pc opslaat.
- Vindt er in het kader van een lekkenonderzoek een huiszoeking, telefoontap of arrestatie plaats, teken dan onmiddellijk formeel verzet aan en vraag om uitleg. Raadpleeg de AVBB. Zo steunde de AVBB de journalisten Ernst c.s., na de massale huiszoekingen en beslagnemingen van 1995 naar aanleiding van het publiceren van informatie in de zaak-Cools en de afgeleide zaken Agusta en Dassault (zie hoger, Afd. 2, 3, 3.1). Waarschuw desnoods ... de pers.
- De eerste voorzitter van het hof van beroep van Brussel heeft in een omzendbrief van 2 mei 1990 alle magistraten van zijn rechtsgebied opgeroepen tot meer kiesheid bij het gelasten van huiszoekingen bij journalisten. De omzendbrief beveelt onder meer aan dat een vertegenwoordiger van de journalistieke beroepsgroep aanwezig is bij huiszoekingen, precies zoals dat ook voor advocaten, notarissen en artsen het geval is.
- Overigens bepaalt de wet dat een onderzoeksrechter alleen telefoongesprekken van advocaten en artsen kan afluisteren als ze zelf verdacht worden van zware criminaliteit en wanneer respectievelijk de stafhouder of de voorzitter van de Orde van Geneesheren op de hoogte wordt gebracht. Zouden journalisten niet over soortgelijke waarborgen moeten beschikken, ook al ligt een orde van journalisten niet in het verschiet maar rekening houdend met de vrijheid van informatie van elke burger?
- Overheidsfunctionarissen die onrechtmatig brieven onderscheppen of telefoons aftappen riskeren, door specifieke wetgevingen, nog zwaardere straffen dan private personen die zich daar schuldig aan maken.