De particulieren die bij een gerechtelijke procedure betrokken zijn
1.1. De burgerrechtelijke procedureDe personen die tegenover elkaar staan in een burgerlijk proces worden de
partijen genoemd. Het kan gaan om particulieren - ook wel natuurlijke personen genoemd - of entiteiten zoals naamloze vennootschappen, vzw's of instellingen van openbaar nut - die rechtspersonen worden genoemd. Diegene die het initiatief voor het proces heeft genomen is de
eisende partij of
eiser. De tegenstander is de
verwerende partij of
verweerder. Er kunnen verschillende eisers en/of verweerders zijn in hetzelfde proces.
Hoewel in een burgerlijk proces traditioneel twee partijen tegenover elkaar staan, kan het gebeuren dat een derde partij zich erbij aansluit of gedwongen wordt zich erbij aan te sluiten door een reeds in het geding zijnde partij. Men spreekt dan van respectievelijk een vrijwillige of gedwongen
tussenkomende partij. De tussenkomst is
vrijwillig wanneer de derde zich op het proces aanbiedt om zijn rechten of belangen te vrijwaren. De tussenkomst is
gedwongen wanneer de derde in het geding wordt geroepen door een of meerdere partijen die de eigen belangen willen vrijwaren of met de derde de gevolgen van het vonnis willen delen.
Als een van de partijen niet aanwezig is op het proces en door de rechter
bij verstek veroordeeld wordt, kan ze
verzet aantekenen opdat de zaak opnieuw in behandeling wordt genomen in haar aanwezigheid. Men spreekt in dat geval van eiser in verzet of opposant. De tegenstander is dan de verweerder in verzet. Ook tegen een op verzet uitgesproken vonnis kan nog hoger beroep aangetekend worden.
In
hoger beroep is degene die daartoe het initiatief heeft genomen de
appellant en de tegenstander de
geïntimeerde.
Voor het Hof van Cassatie spreekt men van de
eiser in cassatie en de
verweerder in cassatie.
Niet te verwarrenNATUURLIJK PERSOON EN RECHTSPERSOON- Een natuurlijke persoon is een mens.
- Een rechtspersoon is een louter juridische constructie die over rechten en plichten beschikt. Bijvoorbeeld: een onderneming met het statuut van naamloze vennootschap (nv) of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (bvba), een vzw, een overheidsorgaan. Een rechtspersoon kan burgerrechtelijk en strafrechtelijk aansprakelijk zijn.
1.2. De strafrechtelijke procedure§1: Het slachtofferDe natuurlijke persoon of rechtspersoon die het slachtoffer wordt van een strafrechtelijk misdrijf kan
klacht indienen bij een politiedienst, die de klacht aan het parket (of het Openbaar Ministerie) overmaakt. Men kan ook rechtstreeks bij het parket klacht indienen. In beide gevallen wordt de zaak bij het parket
aanhangig gemaakt.
Het slachtoffer van een strafrechtelijk misdrijf kan ook de hoedanigheid van
benadeelde toegekend krijgen. Hiervoor moet hij (persoonlijk of via zijn advocaat) bij het bevoegde parket formeel verklaren dat hij schade heeft geleden ten gevolge van een misdrijf. Ook al wordt op die manier nog geen proces ingeleid, de benadeelde ontleent er wel het recht aan om aan het dossier elk document te laten toevoegen dat hij nuttig acht. De hoedanigheid van benadeelde impliceert tevens het recht om te worden geïnformeerd over het gevolg dat aan het dossier wordt gegeven: seponering en de reden daarvoor, behandeling, de vaststelling van de rechtsdag voor de rechtscolleges die met het onderzoek en het berechten belast zijn. Pas op: een eenvoudige klacht, ingediend bij politie of parket, verleent de klager nog niet de hoedanigheid van benadeelde.
Noch het indienen van een klacht, noch het verwerven van de hoedanigheid van benadeelde is voor het slachtoffer van een misdrijf voldoende om herstel van de geleden schade te verkrijgen. Hiervoor moet het slachtoffer zich met een effectieve vordering tot het gerecht wenden. Concreet betekent dit dat het slachtoffer de
burgerlijke rechtsvordering moet instellen.
Dit betekent nog niet dat het slachtoffer 'over de strafvordering beschikt'. De
strafvordering is de vordering die namens de samenleving wordt ingesteld tegen de vermoedelijke dader van een misdrijf om de straffen te doen toepassen die op de inbreuk zijn gesteld. Met andere woorden: het instellen van de strafvordering leidt de strafvervolging tegen de verdachte in. Van dit initiatief hangt af of er een (straf)proces komt. In principe wordt de strafvordering ingesteld door het openbaar ministerie. Tijdens het strafproces (dat in de eerste plaats de strafvordering behandelt) eist het openbaar ministerie in naam van de maatschappij herstel en vordert het de straffen waarin de strafwet voorziet voor het begane misdrijf.
Van zijn kant kan het slachtoffer van het misdrijf schadevergoeding eisen van de dader. Hiervoor moet het slachtoffer zoals gezegd de burgerlijke rechtsvordering instellen (het bijkomend voorwerp van het strafproces). Het slachtoffer wordt dan
burgerlijke partij genoemd.
Wanneer het openbaar ministerie niet ambtshalve optreedt (d.w.z. niet zelf de strafvordering instelt) geeft de wet aan het slachtoffer de mogelijkheid de strafvordering op gang te brengen
door zich burgerlijke partij te stellen (d.w.z. door herstel te vragen van de schade die door het misdrijf werd berokkend). Dit kan hetzij bij de onderzoeksrechter, hetzij door rechtstreekse dagvaarding bij de correctionele rechtbank of politierechtbank. Wordt op die manier een strafvordering ingesteld, dan komt het wel het parket toe deze te leiden.
Wanneer het openbaar ministerie de strafvordering al heeft ingesteld, kan het slachtoffer zich nog altijd burgerlijke partij stellen. Dat kan bij de onderzoeksrechter die het parket al heeft aangezocht, of anders door tussenkomst voor de raadkamer, of nog door tussenkomst voor het strafgerecht wanneer de strafvordering daar al aanhangig werd gemaakt. Zoals gezegd is het nodig zich burgerlijke partij te stellen om het herstel van de geleden schade te verkrijgen.
Meer hierover in Afd. 3 van dit hoofdstuk.
Maar het slachtoffer kan er ook de voorkeur aan geven zijn verzoek tot schadeloosstelling te formuleren voor de burgerlijke rechter. Indien op hetzelfde moment ook een strafrechtelijke procedure loopt, wordt de zaak voor de burgerlijke rechter opgeschort tot de strafrechter uitspraak heeft gedaan (zie verder).
De schade of het nadeel dat het slachtoffer van een misdrijf heeft geleden, kan van fysieke, morele (lichamelijke en psychische pijn) of materiële aard zijn.
In het kortSLACHTOFFER, KLAGER, BENADEELDE, BURGERLIJKE PARTIJ- Het slachtoffer is een persoon (natuurlijke persoon of rechtspersoon) die schade heeft geleden ten gevolge van een strafrechtelijk misdrijf.
- De klager is het slachtoffer van een misdrijf dat klacht indient bij een politiedienst of bij het parket.
- Als een slachtoffer op de hoogte wil gehouden worden van de gevolgen die aan het dossier worden gegeven zonder daarom zelf te beginnen procederen, kan het de hoedanigheid van benadeelde toegekend krijgen door zich benadeelde te verklaren bij het parket.
- Als een slachtoffer de burgerlijke rechtsvordering instelt om herstel te verkrijgen voor een strafgerecht, wordt het burgerlijke partij genoemd.
§2: De vermoedelijke daderWie als
vermoedelijke dader van een misdrijf het voorwerp uitmaakt van een strafonderzoek, wordt
verdachte genoemd. Het kan ook gaan om iemand tegen wie een slachtoffer zich burgerlijke partij heeft gesteld. Een verdachte beschikt over bepaalde rechten, zoals het recht op raadpleging van zijn dossier of op het vragen van een bijkomende onderzoeksdaad.
Een strafonderzoek dat in handen is van het parket, wordt opsporingsonderzoek genoemd. Wanneer een ernstig onderzoek nodig blijkt, is dit het werk van de onderzoeksrechter. De onderzoeksrechter kan beslissen de vermoedelijke dader
in verdenking te stellen indien hij meent dat er ernstige aanwijzingen van schuld bestaan. Ook de inverdenkingstelling doet rechten ontstaan voor de vermoedelijke dader, met name op raadpleging van zijn dossier en op het vragen van een bijkomende onderzoeksdaad.
Wanneer de vermoedelijke dader voor een strafgerecht moet verschijnen, wordt hij
beklaagde genoemd. Wordt hij echter voor een misdaad, een politiek misdrijf of een drukpersmisdrijf naar het hof van assisen gestuurd, dan noemt men hem
beschuldigde.
De persoon die burgerlijk aansprakelijk is voor de dader van het misdrijf (bijvoorbeeld de ouders, de voogd, de werkgever) zal de gevolgen moeten dragen van eventuele veroordelingen, met name de schadevergoedingen voor het slachtoffer en de gerechtskosten. Deze persoon kan dus in het strafproces tussenkomen om zijn belangen te verdedigen.
In het kort
VOOR EN NA HET STRAFPROCESVoor een strafproces
- Een vermoedelijke dader of verdachte is iemand tegen wie een opsporingsonderzoek loopt.
- Een onderzoeksrechter kan worden aangesteld om een zaak te onderzoeken wanneer dit nodig blijkt. Indien er ernstige aanwijzingen van schuld bestaan tegen de vermoedelijke dader, wordt deze door de onderzoeksrechter in verdenking gesteld.
- Wanneer er ernstige schuldaanwijzingen zijn, het gaat om een feit dat strafbaar is met minstens een jaar gevangenis, en de aanhouding noodzakelijk is voor de openbare veiligheid, kan de inverdenkinggestelde in voorlopige hechtenis worden genomen (zie infra, Hoofdstuk 2, Afd. 3, 2.1, § 5).
- Wanneer de vermoedelijke dader voor een ander strafgerecht moet verschijnen dan het hof van assisen, wordt hij beklaagde genoemd. Moet hij voor het hof van assisen verschijnen, dan spreekt men van een beschuldigde.
Na afloop van het strafproces
- Wanneer een rechter of een jury iemands schuld niet bewezen acht, wordt de verdachte of beschuldigde vrijgesproken.
- Wanneer een rechter of een jury iemands schuld bewezen acht, is die persoon een veroordeelde.
- Een beklaagde of beschuldigde kan veroordeeld worden tot een vrijheidsstraf in welk geval hij gedetineerd kan worden.
- Een recidivist is iemand die door het gerecht vervolgd wordt omdat hij in de door de wet bepaalde omstandigheden een tweede misdrijf heeft gepleegd na reeds definitief te zijn veroordeeld voor een eerste misdrijf.