De zittende magistratuurAnders dan de leden van het openbaar ministerie die de staande magistratuur vormen, wordt het geheel van rechters de zittende magistratuur genoemd. Bij de zittende magistratuur moeten we een onderscheid maken tussen de
onderzoeksrechters (die alleen maar optreden in strafonderzoeken wanneer die specifieke onderzoeksmaatregelen vergen) en de
bodemrechters (die belast zijn met de uiteindelijke beoordeling van zowel burgerlijke als strafrechtelijke zaken).
5.1. De onderzoeksrechterDe onderzoeksrechter treedt op vraag van de procureur des konings of een slachtoffer op om een strafvervolging in te stellen.
De wet voorziet in twee mogelijkheden om het strafdossier samen te stellen in de voorbereidende fase van het strafproces: het opsporingsonderzoek onder leiding van de procureur des konings en het gerechtelijk onderzoek onder de verantwoordelijkheid van de onderzoeksrechter. Voor overtredingen is er geen gerechtelijk onderzoek mogelijk, maar enkel een opsporingsonderzoek door de procureur des konings, behalve wanneer dit misdrijf samen met een wanbedrijf of een misdaad in dezelfde zaak wordt vervolgd. Voor wanbedrijven en gecorrectionaliseerde misdaden kunnen beide wegen worden bewandeld. Misdaden die niet gecorrectionaliseerd werden en waarvoor een verwijzing naar het hof van assisen overwogen wordt, vergen ambtshalve een gerechtelijk onderzoek. De fase van het gerechtelijk onderzoek wordt verder uitvoerig behandeld (
zie Afd. 3, 2, 2.1, § 5).
In tegenstelling tot het openbaar ministerie maakt de onderzoeksrechter geen deel uit van een één en ondeelbaar lichaam. Als onafhankelijke rechter is hij verantwoordelijk voor gerechtelijke opdrachten zoals de inverdenkingstelling of de aflevering van een aanhoudingsbevel. Voor het gerechtelijk onderzoek dat bij hem aanhangig is gemaakt, moet hij alle onderzoeksdaden stellen. Sommige daarvan kunnen trouwens alleen maar door een onderzoeksrechter worden gesteld. Andere mogen ook worden opgezet door de politie of door de procureur des konings in het stadium van het opsporingsonderzoek.
De onderzoeksrechter is een rechter van de rechtbank van eerste aanleg. Hij wordt aangesteld bij koninklijk besluit voor een termijn van een jaar, een eerste keer te vernieuwen voor een termijn van twee jaar en dan telkens voor een periode van vijf jaar. De onderzoeksrechter is zoals alle rechters onafhankelijk en onpartijdig. Zijn onderzoeken moet hij voeren ten laste en ter ontlasting ('à charge' en 'à décharge'). Hij moet met andere woorden zowel de elementen vergaren die pleiten voor de verdachte als de elementen die in zijn nadeel spelen. Zoals elke rechter kan een onderzoeksrechter worden gewraakt. Als mogelijke redenen hiervoor vermeldt het Gerechtelijk Wetboek bijvoorbeeld het vermoeden van partijdigheid (wetttige verdenking) of bloedverwantschap.
Niet te verwarren
WRAKING EN ONTTREKKING VAN EEN ZAAK
De term wraking is van toepassing op rechters, terwijl de term onttrekking van een zaak op rechtscolleges van toepassing is. Zo kan ook een onderzoeksrechter gewraakt worden wegens wettige verdenking van partijdigheid. Dan wordt een andere onderzoeksrechter van hetzelfde gerechtelijk arrondissement aangesteld om het onderzoek voort te zetten. Een gekend voorbeeld is natuurlijk het 'spaghetti-arrest' rond onderzoeksrechter Connerotte in het dossier-Dutroux. Toen sprak men nog van 'onttrekking van de zaak' aan de onderzoeksrechter, maar ingevolge een wetswijziging spreekt men nu wel degelijk van 'wraking' van een onpartijdig gebleken onderzoeksrechter.
5.2. De bodemrechtersDe bodemrechters of feitenrechters moeten op basis van de rechtsregels een beslissing nemen over de geschillen die hen worden voorgelegd. Ze kunnen niet weigeren om te oordelen onder een of ander voorwendsel, zelfs niet een lacune, een onduidelijkheid of een tekortkoming in de wet. Rechtsweigering wordt door het Gerechtelijk Wetboek verboden en zelfs strafrechtelijk bestraft. Rechters doen uitspraak in alle onafhankelijkheid en in alle onpartijdigheid, na een rechtvaardig proces. Een rechter die verdacht wordt van partijdigheid, kan worden gewraakt voor de betreffende zaak. Het is van het hoogste belang dat strafrechters en burgerlijke rechters hun onpartijdigheid bewaren tegenover elk particulier en/of publiek belang. Zoals reeds werd aangestipt, vormt hun selectie door de Hoge Raad voor de Justitie (
www.hrj.be) een waarborg terzake, net als hun onafzetbaarheid.
Afhankelijk van het soort geschil en van de rechtbank die daarover moet beslissen, zal de rechtbank zijn samengesteld uit beroepsrechters alleen of uit een combinatie van beroeps- en niet-beroepsrechters. Toepassingen van het laatste zijn de assessoren in de arbeidsrechtbanken en de consulaire rechters in de rechtbanken van koophandel. Soms beslist een rechter alleen, soms moeten drie tot vijf rechters zich in collegialiteit uitspreken. Ondermeer in zedenzaken is dat laatste verplicht. Een effectieve rechter kan in bepaalde omstandigheden - afwezigheid, wettelijk beletsel, onvoldoende in aantal - vervangen worden door een plaatsvervangend rechter. Om het kader aan te vullen (dit wil zeggen het aantal beschikbare magistraten te verhogen) werden toegevoegde rechters benoemd.
Elke rechtszaak wordt tot slot bijgewoond door een griffier, die 'de pen houdt'.