|
Rechtbank van koophandel
Er is één rechtbank van koophandel per gerechtelijk arrondissement; in totaal zijn er 27.
Elke kamer van die rechtbank omvat een kamervoorzitter die beroepsrechter is, en twee niet-beroepsrechters, 'consulaire rechters' genoemd. Het gaat om personen die minstens vijf jaar 'met ere' actief zijn geweest in de handel of de nijverheid. Consulaire rechters worden benoemd door de koning, voor een termijn van vijf jaar die hernieuwd kan worden.
De rechtbank van koophandel beslecht in eerste aanleg alle commerciële geschillen die een waarde van meer dan 1.860 euro betreffen. Daar komen nog enkele heel specifieke bevoegdheden bij, zoals het uitspreken van faillissementen of het beslechten van conflicten tussen aandeelhouders van een vennootschap.
De rechtbank van koophandel behandelt verder het hoger beroep tegen vonnissen over handelsgeschillen van de plaatselijke vrederechters, die een waarde van 1.240 euro overtreffen. Feiten die tot de sfeer van het strafrecht behoren, zoals fraude, behandelt dit rechtscollege evenwel niet.
Als een vonnis in eerste aanleg is uitgesproken (en dus geen uitspraak is tegen een eerdere beslissing van de vrederechter), is er hoger beroep mogelijk bij het hof van beroep, behalve als het gaat om een bedrag van 1.860 euro of minder of als de wet het anders heeft geregeld. Wanneer de rechtbank van koophandel in laatste aanleg uitspraak doet ingevolge hoger beroep tegen een beslissing van het vredegerecht, rest enkel nog de mogelijkheid van een beroep bij het Hof van Cassatie.
|