|
Arbeidsrechtbank
Er is één arbeidsrechtbank per gerechtelijk arrondissement; in totaal zijn er 27.
Elke kamer bestaat uit een kamervoorzitter en twee niet-beroepsrechters, de zogenaamde 'assessoren' of 'rechters in sociale zaken'. Van die laatsten is de ene een vertegenwoordiger van de werknemers en de andere een vertegenwoordiger van werkgevers of zelfstandigen. Ze worden benoemd door de koning voor een termijn van vijf jaar, die hernieuwd kan worden.
Een arbeidsrechtbank beslecht individuele sociale geschillen tussen werknemers en werkgevers, of anders uitgedrukt alles wat te maken heeft met het bestaan, de uitvoering en de ontbinding van een arbeidsovereenkomst. Ze behandelt ook geschillen inzake sociale verkiezingen en problemen in verband met de ondernemingsraden en de comités voor preventie en bescherming op het werk. Maar collectieve geschillen rond het stakingsrecht zijn er niet bij. Als een stakingsincident de uitoefening van een burgerlijk recht in het gedrang brengt, zoals het recht op eigendom, dan is de rechtbank van eerste aanleg bevoegd. Neem het geval van stakers die het materiaal van de onderneming beschadigen. Een arbeidsrechtbank oefent verder controle uit op de correcte toepassing van de sociale zekerheid. Denk aan de regelingen inzake kinderbijslag, ziekteverzekering, arbeidsongevallen, invaliditeit, werkloosheid, bestaansminimum en pensioenen. Ook betwistingen inzake de sociale verzekeringen van zelfstandigen vallen onder het werkgebied van de arbeidsrechtbank. Maar die rechtbank is niet bevoegd voor feiten die onder het strafrecht vallen: die moeten door de arbeidsauditeur voor de politierechtbank of de correctionele rechtbank worden gebracht.
Hoger beroep tegen een beslissing van de arbeidsrechtbank is mogelijk bij het arbeidshof, ongeacht het bedrag dat in het geding is.
|